Een middelen- of medicatiegerelateerde neurocognitieve stoornis is een vorm van cognitieve achteruitgang die het gevolg is van het gebruik van een middel of geneesmiddel. Het kan zowel gaan om een beperkte als een uitgebreide neurocognitieve stoornis, afhankelijk van de ernst en de impact op het dagelijks functioneren.
De cognitieve stoornissen ontstaan tijdens of na blootstelling aan een middel en blijven bestaan nadat de acute effecten van intoxicatie of onttrekking zijn verdwenen. Dit onderscheid is van belang, omdat tijdelijke cognitieve stoornissen tijdens een intoxicatie of delier niet onder deze diagnose vallen.
In tegenstelling tot neurodegeneratieve vormen van dementie is deze vorm in sommige gevallen (gedeeltelijk) reversibel, met name wanneer de oorzaak tijdig wordt herkend en behandeld. Daarom is het belangrijk om bij cognitieve achteruitgang altijd te onderzoeken of middelengebruik of medicatie een rol speelt.
DSM-5-TR
Volgens de DSM-5-TR moet er sprake zijn van een beperkte of uitgebreide neurocognitieve stoornis, waarbij de cognitieve achteruitgang niet uitsluitend optreedt tijdens een delier en persisteert na de gebruikelijke duur van intoxicatie of onttrekking. Daarnaast moet er een aannemelijk verband zijn tussen het middelgebruik en de cognitieve stoornissen, zowel wat betreft aard als tijdsbeloop. De klachten kunnen niet beter worden verklaard door een andere somatische aandoening of psychische stoornis.
Oorzaken
Verschillende middelen en stoffen kunnen leiden tot blijvende cognitieve schade, vooral bij langdurig of intensief gebruik. Alcohol is de meest voorkomende oorzaak. Chronisch alcoholgebruik kan leiden tot structurele hersenschade en cognitieve achteruitgang, variërend van milde stoornissen tot een ernstig dementieel beeld.
Ook geneesmiddelen kunnen cognitieve stoornissen veroorzaken, met name middelen met een anticholinerge werking. Dit betreft onder andere bepaalde antidepressiva, antipsychotica, antihistaminica en antiparkinsonmiddelen. Vooral bij ouderen kan cumulatie van deze effecten leiden tot duidelijke cognitieve achteruitgang. Blootstelling aan toxische stoffen, zoals koolmonoxide of zware metalen (bijvoorbeeld lood, kwik of thallium), kan eveneens leiden tot blijvende hersenschade en cognitieve stoornissen.
Differentiaal diagnose
Bij de beoordeling van een mogelijke middelen- of medicatiegerelateerde neurocognitieve stoornis is het essentieel om andere oorzaken uit te sluiten. Met name somatische aandoeningen kunnen een vergelijkbaar beeld geven en zijn vaak behandelbaar. Voorbeelden hiervan zijn hypothyreoïdie en vitamine B12-tekort, die beide gepaard kunnen gaan met cognitieve achteruitgang. Hoewel deze strikt genomen niet onder middelengebruik vallen, is het klinisch relevant om ze in dezelfde diagnostische fase mee te nemen. Daarnaast moet altijd worden gedacht aan een delier, vooral bij een acuut of fluctuerend beloop.
Syndroom van Korsakow
Een belangrijk en klassiek voorbeeld van een middelengerelateerde neurocognitieve stoornis is het syndroom van Korsakov. Dit ontstaat meestal als gevolg van langdurig alcoholgebruik in combinatie met een tekort aan vitamine B1 (thiamine), vaak door ondervoeding. Het beeld wordt gekenmerkt door ernstige geheugenstoornissen, met name inprentingsstoornissen, desoriëntatie in tijd en plaats en confabulaties. Door beschadiging van onder andere de mamillaire lichamen en andere structuren in het limbisch systeem ontstaat een blijvend cognitief defect. Het syndroom van Korsakov wordt vaak voorafgegaan door een Wernicke-encefalopathie, een acute en potentieel reversibele toestand die onmiddellijke behandeling vereist.
Literatuur
- American Psychiatric Association. (2022). Diagnostic and statistical manual of mental disorders (5th ed., text rev.; DSM-5-TR). American Psychiatric Publishing.
- Campbell NL, Maidment I, Fox C, Khan B & Boustani M. (2013). The impact of anticholinergics on the aging brain: A review and practical application. Aging Health, 9(4), 403–414.
- Ridley NJ, Draper B & Withall A. (2013). Alcohol-related dementia: An update of the evidence. Alzheimer’s Research & Therapy, 5(1), 3.
- Sachdeva A, Choudhary M & Chandra M. (2016). Alcohol-related dementia and neurocognitive impairment: A review study. International Journal of High Risk Behaviors and Addiction, 5(3), e27976.
- World Health Organization. (2019). Risk reduction of cognitive decline and dementia. WHO.