Nachtmerries zijn levendige, onaangename dromen die vaak gepaard gaan met angst, paniek, machteloosheid, verdriet of dreiging. Veel mensen hebben af en toe een nachtmerrie. Op zichzelf is dat niet ongewoon. Pas wanneer nachtmerries regelmatig terugkomen, veel spanning oproepen, de slaap verstoren of overdag blijven doorwerken, kan er sprake zijn van een nachtmerriestoornis. Nachtmerries treden meestal op tijdens de REM-slaap, de fase waarin de meeste levendige dromen voorkomen. Vaak wordt iemand wakker met een helder beeld van de droom en blijft de emotionele lading nog een tijd voelbaar aanwezig. Anders dan bij nachtangsten of slaapwandelen is iemand na een nachtmerrie meestal snel volledig wakker en goed georiënteerd.
Van een nachtmerriestoornis spreken we niet alleen omdat iemand nare dromen heeft, maar vooral wanneer deze dromen leiden tot lijdensdruk of beperkingen. Dat is bijvoorbeeld het geval wanneer iemand bang wordt om te gaan slapen, de slaap gaat vermijden, overdag uitgeput of gespannen raakt, of wanneer de nachtmerries onderdeel worden van een bredere ontregeling van stemming, angst of traumaklachten.
Inhoud
Nachtmerries gaan vaak over dreiging, achtervolging, verlies van controle, lichamelijk gevaar, verlating, schaamte of hulpeloosheid. Soms zijn de dromen wisselend van inhoud, maar bij veel mensen keren juist steeds dezelfde thema’s of scenario’s terug. Bij mensen met trauma of PTSS kunnen nachtmerries sterk samenhangen met herbelevingen. Soms lijken ze direct op de traumatische gebeurtenis, maar vaak zijn ze symbolischer van aard: niet letterlijk hetzelfde, maar wel met dezelfde emotionele kern van angst, machteloosheid of overweldiging.
Ontstaan
Niet iedere nare of angstige droom is meteen een nachtmerrie in klinische zin. Angstige dromen komen veel voor en horen tot op zekere hoogte bij het normale droomleven. Van een nachtmerrie spreken we vooral wanneer de droom zo intens is dat iemand ervan wakker schrikt, de inhoud meestal nog helder kan herinneren en er duidelijk last van heeft. Wanneer zulke dromen zich blijven herhalen, is er vaak meer aan de hand dan alleen “slecht dromen”.
Terugkerende nachtmerries ontstaan vaak in een toestand waarin het stress- en alarmsysteem onvoldoende tot rust komt met als gevolg verhoogde waakzaamheid (hyperarousal). Dat zie je vooral bij langdurige stress, angstklachten, depressieve ontregeling, trauma, PTSS, dissociatieve klachten en complexe traumatisering. Bij zulke toestanden blijft iemand vaak ook ’s nachts als het ware te veel gericht op dreiging, controleverlies of onveiligheid.
Daardoor verloopt de emotionele verwerking tijdens de slaap minder soepel. In plaats van dat indrukken, gevoelens en herinneringen geleidelijk worden verwerkt, blijven bepaalde angstige of beladen patronen zich herhalen. Dat is waarschijnlijk ook de reden waarom terugkerende nachtmerries vaak niet willekeurig zijn, maar steeds weer draaien om dezelfde thema’s, zoals achtervolging, machteloosheid, verlies van controle, schaamte, verlating of lichamelijk gevaar.
Bij trauma-gerelateerde klachten zijn nachtmerries daarom vaak niet zomaar een nachtelijk verschijnsel, maar onderdeel van een bredere toestand van hyperalertheid en onvoldoende verwerking. In die zin zijn ze klinisch relevant: ze laten vaak zien dat iemand ook tijdens de slaap niet echt tot rust komt.
Daarnaast kunnen ook andere factoren nachtmerries uitlokken of versterken. Dat geldt bijvoorbeeld voor slaaptekort, alcohol, middelengebruik, sommige medicijnen en lichamelijke factoren zoals koorts, hormonale schommelingen of onttrekking. Zulke factoren veroorzaken niet altijd op zichzelf terugkerende nachtmerries, maar kunnen de slaap wel kwetsbaarder maken voor onrustige, levendige of angstige dromen.
Behandeling
Psychologisch
De best onderzochte psychologische behandeling voor terugkerende nachtmerries is Imagery rehearsal treatment (IRT). Daarbij wordt de terugkerende nachtmerrie niet eindeloos opnieuw geanalyseerd, maar juist actief herschreven. De kern is dat iemand overdag een nieuwe, minder bedreigende of meer regisserende versie van de droom ontwikkelt en deze vervolgens regelmatig oefent in de verbeelding. Het doel is niet om de droom “weg te drukken”, maar om de automatische herhaling van het oude dreigingsscript te doorbreken. Juist omdat nachtmerries vaak zo stereotiep en vastgelopen zijn, werkt deze methode bij veel mensen verrassend goed. Bij trauma-gerelateerde nachtmerries kan behandeling van de onderliggende PTSS, bijvoorbeeld met traumagerichte psychotherapie, belangrijk zijn. Soms worden ook technieken zoals EMDR, lucide dromentherapie, hypnose of andere vormen van cognitieve gedragstherapie ingezet, al is de onderbouwing daarvan minder sterk of meer wisselend dan voor IRT.
Leefstijl
Het is belangrijk om de omstandigheden te veranderen die hyperarousal in stand houden. Dat kan gaan om psychosociale problemen (zoals relationele spanningen, problemen op het werk, financiële zorgen), lichamelijke klachten en middelengebruik. Een goed slaapritme, voldoende beweging, stoppen met alcohol of drugs, en manieren om lichamelijk tot rust te komen, zoals ontspanningsoefeningen, ademhalingsoefeningen, yoga of meditatie, kunnen helpen om spanning te verminderen. In combinatie met de juiste therapie kunnen nachtmerries daardoor duidelijk afnemen of soms zelfs verdwijnen. Daarnaast is behandeling van de onderliggende problematiek belangrijk, bijvoorbeeld bij PTSS, angstklachten, depressieve klachten of complexe traumatisering.
Medicatie
Medicatie kan soms worden overwogen, maar is meestal niet de eerste of beste oplossing voor terugkerende nachtmerries. Het middel prazosine is jarenlang veel genoemd bij trauma-gerelateerde nachtmerries, vooral bij PTSS. De onderzoeksresultaten zijn echter wisselend. Sommige studies laten verbetering zien, terwijl grotere en methodologisch sterkere onderzoeken die werking niet overtuigend hebben kunnen bevestigen. Andere middelen, zoals bepaalde antidepressiva, antipsychotica, benzodiazepinen, gabapentine of topiramaat, zijn onderzocht of in de praktijk gebruikt, maar de onderbouwing is beperkt, inconsistent of wordt beperkt door bijwerkingen. Daarom ligt de nadruk in de behandeling meestal niet op medicatie, maar op een gerichte psychologische aanpak.
Literatuur
- American Academy of Sleep Medicine. (2023). International classification of sleep disorders (3rd ed., text revision; ICSD-3-TR). Darien, IL: American Academy of Sleep Medicine.
- Aurora, R. N., Zak, R. S., Auerbach, S. H., et al. (2010). Best practice guide for the treatment of nightmare disorder in adults. Journal of Clinical Sleep Medicine, 6(4), 389–401.
- Callen, E. D., Kessler, T. L., Brooks, K. G., & Davis, T. W. (2018). Management of nightmare disorder in adults. U.S. Pharmacist, 43(11), 21–26.
- Krakow, B., Hollifield, M., Johnston, L., et al. (2001). Imagery rehearsal therapy for chronic nightmares in sexual assault survivors with posttraumatic stress disorder: A randomized controlled trial. JAMA, 286(5), 537–545.
- Raskind MA, et al. Trial of Prazosin for Post-Traumatic Stress Disorder in Military Veterans.
N Engl J Med. 2018 Feb 8;378(6):507-517. doi: 10.1056/NEJMoa1507598. PMID: 29414272