
Avoidant/Restrictive Food Intake Disorder (ARFID) is een eetstoornis waarbij iemand structureel te weinig eet of bepaalde voedingsmiddelen vermijdt, zonder dat er sprake is van angst om dik te worden of van een verstoord lichaamsbeeld. Deze aandoening verschilt daarmee wezenlijk van anorexia nervosa en boulimia nervosa. ARFID draait niet om gewicht of uiterlijk, maar om angst, afkeer, sensorische gevoeligheid of een zeer geringe interesse in eten. Het eetpatroon kan zo beperkt raken dat lichamelijke of sociale problemen ontstaan, ook wanneer het gewicht ogenschijnlijk normaal blijft.
Wat is ARFID?
ARFID ontstaat door één of meer onderliggende mechanismen. Sommige mensen ervaren nauwelijks hongerprikkels en vergeten te eten. Anderen vermijden voedsel vanwege de geur, kleur, textuur of temperatuur, of omdat ze bang zijn om te stikken, te braken of buikpijn te krijgen. Weer anderen hebben een langdurig zeer selectief eetpatroon met een handvol “veilige” producten. Het kan op jonge leeftijd beginnen, maar ook later , bijvoorbeeld na een nare ervaring met eten.
Het meest opvallend zijn een beperkt eetpatroon, spanning rondom maaltijden en problemen in het dagelijks functioneren. Sommige mensen eten minimaal omdat ze eten als oninteressant ervaren. Bij anderen roept eten sterke lichamelijke of zintuiglijke reacties op. Kinderen kunnen huilen, kokhalzen of verstijven aan tafel. Volwassenen vermijden vaak sociale activiteiten waarbij eten centraal staat, wat kan leiden tot terugtrekking en schaamte. Bij kinderen valt vaak als eerste op dat de groei afbuigt of dat zij nauwelijks nieuwe producten durven proberen. Volwassenen hebben meestal een lange ontwikkelingsgeschiedenis van vermijding en kunnen functioneel vastlopen in werk, studie of relaties door het beperkte eetpatroon.
Kenmerken
ARFID wordt gekenmerkt door een structurele beperking in voedselinname die leidt tot medische, psychologische of sociale problemen. Dit kan zich uiten als gewichtsverlies of onvoldoende gewichtstoename, maar ook als tekorten aan vitamines en mineralen terwijl het gewicht normaal blijft. Soms ontstaat afhankelijkheid van voedingssupplementen, drinkvoeding of sondevoeding omdat iemand anders niet genoeg binnenkrijgt. Sociale situaties waarin gegeten wordt, kunnen zoveel spanning oproepen dat deze worden vermeden. De DSM-5-TR maakt onderscheid tussen drie profielen die in de praktijk vaak overlappen: vermijding door sensorische gevoeligheid, vermijding door angst voor negatieve gevolgen van eten, en een duidelijk gebrek aan interesse in voeding.
Epidemiologie
ARFID kan op elke leeftijd voorkomen maar begint meestal in de kinderjaren. Jongens worden relatief vaker getroffen dan bij andere eetstoornissen. De schattingen verschillen, maar onderzoek suggereert dat ARFID voorkomt bij ongeveer één tot vijf procent van kinderen en adolescenten, met lagere cijfers bij volwassenen. Bij veel mensen blijft een selectief eetpatroon jarenlang bestaan, waardoor lichamelijke tekorten zich geleidelijk ontwikkelen. De stoornis wordt steeds vaker herkend doordat zij sinds de DSM-5 als aparte diagnose wordt onderscheiden.
Literatuur
- American Psychiatric Association. (2022). Diagnostic and statistical manual of mental disorders (5th ed., text rev.; DSM-5-TR). American Psychiatric Publishing.
- Bryant-Waugh R, Micali N, Cooke L, Lawson EA, Eddy KT & Thomas JJ. (2019). Development of the PARDI for identification of ARFID. International Journal of Eating Disorders, 52(4), 378–387.
- Norris ML, Robinson A, Obeid N, Henderson K & Spettigue W. (2014). Exploring ARFID in clinical settings. International Journal of Eating Disorders, 47(5), 495–499.
- Thomas JJ, Lawson EA, Micali N, Misra M, Deckersbach T & Eddy KT. (2017). Neurobiological perspectives on ARFID. Current Psychiatry Reports, 19(8), 54.
- Zorgstandaard Eetstoornissen: ARFID (2025).