Eetbuistoornis - behandeling

Meer informatie
No items found.

De behandeling van de eetbuistoornis richt zich primair op het herstellen van controle over het eetgedrag en het verminderen van de eetbuien. Gewichtsverlies is in het begin geen doel op zich. De eerste focus ligt op stabiliteit, normalisering van het eetpatroon en op het verminderen van de psychologische mechanismen die eetbuien uitlokken en in stand houden. Veel mensen zoeken pas laat hulp, vaak vanuit schaamte. De nadruk ligt op haalbare doelen, zoals het doorbreken van eetbuicycli, het vergroten van emotieregulatie en het verbeteren van de algehele kwaliteit van leven. Psycho-educatie blijft gedurende het hele behandeltraject een vaste pijler.

Psychologische behandeling

Cognitieve gedragstherapie (CGT) is de eerste keus voor zowel volwassenen als jongeren. Deze behandeling richt zich op het herkennen van triggers, het herstellen van regelmaat in eten en het verminderen van compensatoire gedachten en automatisme. De variant CBT-E, een op eetstoornissen toegesneden vorm van CGT, is vooral effectief als er sterke preoccupatie is met eetgedrag, gewicht of lichaamsbeeld. Bij jongeren wordt dezelfde behandeling aangeboden, maar aangepast aan leeftijd en ontwikkelfase, met structurele betrokkenheid van ouders of verzorgers. Een tweede keus bestaat uit interpersoonlijke psychotherapie (IPT) of dialectische gedragstherapie (DGT). IPT richt zich op de samenhang tussen eetbuien en relationele of sociale factoren, terwijl DGT steunend is bij verhoogde impulsiviteit of problemen in emotieregulatie. Voor sommige patiënten kunnen online interventies effectief zijn, zeker wanneer deze therapeut-gecoördineerd worden ingezet.
In het promotie-onderzoek van Lammers is deeffectiviteit van een intensief CGT-programma (CGT+) vergeleken met DGT aangepast voor BED (DGT-BED). Daarbij is ook onderzocht of het effect van beide behandelvormen voorspeld kan worden op basis van patiënt kenmerken. Uit het onderzoek blijkt dat CGT+ en DGT-BED de klachten in redelijk vergelijkbare mate verminderen. Beide behandelingen verminderen het aantal eetbuien op lange termijn even goed. Een voordeel van DGT-BED is dat het per sessie bijna de helft van de tijd korter duurt.

Diëtistische begeleiding

Voeding en eetgedrag zijn direct zichtbaar in het dagelijks leven. De diëtist helpt het eetpatroon te structureren, tekorten te herstellen en een realistische houding te ontwikkelen ten opzichte van voeding en gewicht. Het doel is stabiliteit, niet meteen gewichtsverlies. Pas wanneer iemand hersteld is van de eetbuien kan een traject gericht op gewichtsreductie worden ingezet, bijvoorbeeld een GLI-programma of begeleiding door een gespecialiseerde diëtist.

Vaktherapie

Vaktherapie kan aanvullend worden ingezet, zoals psychomotorische therapie of, indien passend bij de klachten, beeldende- of dramatherapie. Wetenschappelijke evidentie is beperkt, maar in de praktijk blijken deze methoden waardevol bij problemen rond lichaamsbeleving, spanning of emotieregulatie.”

Ervaringsdeskundigheid

Ervaringsdeskundigen dragen bij aan herstel door herkenning en perspectief te bieden. Zij kunnen helpen bij motivatie, normaliseren van schaamte en het versterken van betrokkenheid bij het behandelproces. Hun rol wordt binnen de zorgstandaard sterk aanbevolen en is onderdeel van een bredere visie op herstelgerichte zorg.

Farmacotherapie

Bij BED speelt medicatie een grotere rol dan bij andere eetstoornissen. Psychostimulantia (zoals lisdexamfetamine, methylfenidaat of dexamfetamine) kunnen helpen bij impulscontrole en het reduceren van eetbuien. Ook sommige antidepressiva blijken een matig maar significant effect te hebben op binge-drang. De inzet van medicatie gebeurt altijd in combinatie met psychologische behandeling en vereist zorgvuldige afweging van risico’s, met name als er sprake is van comorbiditeit.

Terugvalpreventie

Terugvalpreventie is een standaardonderdeel van het behandelprogramma. Het plan bevat signalen die voorafgaan aan eetbuien, strategieën om tijdig bij te sturen en afspraken over steun in moeilijke perioden. De patiënt leert herkennen welke situaties spanning oproepen, welke gedachten de eetdrang versterken en welke stappen helpen om controle terug te krijgen.

Literatuur

  • American Psychiatric Association. (2022). Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders (5th ed., text rev.; DSM-5-TR).
  • Fairburn CG. (2008). Cognitive Behavior Therapy and Eating Disorders. Guilford Press.
  • Hilbert A (2019). Binge-eating disorder. The Psychiatric Clinics of North America, 42(1), 33–43.
  • Kessler RM et al. (2016). Mechanisms associated with binge eating disorder. Biological Psychiatry, 81(9), 706–709.
  • Lammers MW, Vroling MS, Crosby RD, van Strien T. Dialectical behavior therapy compared to cognitive behavior therapy in binge-eating disorder: An effectiveness study with 6-month follow-up. Int J Eat Disord. 2022 Jul;55(7):902-913. doi: 10.1002/eat.23750. Epub 2022 Jun 6. PMID: 35665526; PMCID: PMC9328197.
  • Zorgstandaard Eetstoornissen: Eetbuistoornis (2025)

De behandeling van de eetbuistoornis richt zich primair op het herstellen van controle over het eetgedrag en het verminderen van de eetbuien. Gewichtsverlies is in het begin geen doel op zich. De eerste focus ligt op stabiliteit, normalisering van het eetpatroon en op het verminderen van de psychologische mechanismen die eetbuien uitlokken en in stand houden. Veel mensen zoeken pas laat hulp, vaak vanuit schaamte. De nadruk ligt op haalbare doelen, zoals het doorbreken van eetbuicycli, het vergroten van emotieregulatie en het verbeteren van de algehele kwaliteit van leven. Psycho-educatie blijft gedurende het hele behandeltraject een vaste pijler.

Psychologische behandeling

Cognitieve gedragstherapie (CGT) is de eerste keus voor zowel volwassenen als jongeren. Deze behandeling richt zich op het herkennen van triggers, het herstellen van regelmaat in eten en het verminderen van compensatoire gedachten en automatisme. De variant CBT-E, een op eetstoornissen toegesneden vorm van CGT, is vooral effectief als er sterke preoccupatie is met eetgedrag, gewicht of lichaamsbeeld. Bij jongeren wordt dezelfde behandeling aangeboden, maar aangepast aan leeftijd en ontwikkelfase, met structurele betrokkenheid van ouders of verzorgers. Een tweede keus bestaat uit interpersoonlijke psychotherapie (IPT) of dialectische gedragstherapie (DGT). IPT richt zich op de samenhang tussen eetbuien en relationele of sociale factoren, terwijl DGT steunend is bij verhoogde impulsiviteit of problemen in emotieregulatie. Voor sommige patiënten kunnen online interventies effectief zijn, zeker wanneer deze therapeut-gecoördineerd worden ingezet.
In het promotie-onderzoek van Lammers is deeffectiviteit van een intensief CGT-programma (CGT+) vergeleken met DGT aangepast voor BED (DGT-BED). Daarbij is ook onderzocht of het effect van beide behandelvormen voorspeld kan worden op basis van patiënt kenmerken. Uit het onderzoek blijkt dat CGT+ en DGT-BED de klachten in redelijk vergelijkbare mate verminderen. Beide behandelingen verminderen het aantal eetbuien op lange termijn even goed. Een voordeel van DGT-BED is dat het per sessie bijna de helft van de tijd korter duurt.

Diëtistische begeleiding

Voeding en eetgedrag zijn direct zichtbaar in het dagelijks leven. De diëtist helpt het eetpatroon te structureren, tekorten te herstellen en een realistische houding te ontwikkelen ten opzichte van voeding en gewicht. Het doel is stabiliteit, niet meteen gewichtsverlies. Pas wanneer iemand hersteld is van de eetbuien kan een traject gericht op gewichtsreductie worden ingezet, bijvoorbeeld een GLI-programma of begeleiding door een gespecialiseerde diëtist.

Vaktherapie

Vaktherapie kan aanvullend worden ingezet, zoals psychomotorische therapie of, indien passend bij de klachten, beeldende- of dramatherapie. Wetenschappelijke evidentie is beperkt, maar in de praktijk blijken deze methoden waardevol bij problemen rond lichaamsbeleving, spanning of emotieregulatie.”

Ervaringsdeskundigheid

Ervaringsdeskundigen dragen bij aan herstel door herkenning en perspectief te bieden. Zij kunnen helpen bij motivatie, normaliseren van schaamte en het versterken van betrokkenheid bij het behandelproces. Hun rol wordt binnen de zorgstandaard sterk aanbevolen en is onderdeel van een bredere visie op herstelgerichte zorg.

Farmacotherapie

Bij BED speelt medicatie een grotere rol dan bij andere eetstoornissen. Psychostimulantia (zoals lisdexamfetamine, methylfenidaat of dexamfetamine) kunnen helpen bij impulscontrole en het reduceren van eetbuien. Ook sommige antidepressiva blijken een matig maar significant effect te hebben op binge-drang. De inzet van medicatie gebeurt altijd in combinatie met psychologische behandeling en vereist zorgvuldige afweging van risico’s, met name als er sprake is van comorbiditeit.

Terugvalpreventie

Terugvalpreventie is een standaardonderdeel van het behandelprogramma. Het plan bevat signalen die voorafgaan aan eetbuien, strategieën om tijdig bij te sturen en afspraken over steun in moeilijke perioden. De patiënt leert herkennen welke situaties spanning oproepen, welke gedachten de eetdrang versterken en welke stappen helpen om controle terug te krijgen.

Literatuur

  • American Psychiatric Association. (2022). Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders (5th ed., text rev.; DSM-5-TR).
  • Fairburn CG. (2008). Cognitive Behavior Therapy and Eating Disorders. Guilford Press.
  • Hilbert A (2019). Binge-eating disorder. The Psychiatric Clinics of North America, 42(1), 33–43.
  • Kessler RM et al. (2016). Mechanisms associated with binge eating disorder. Biological Psychiatry, 81(9), 706–709.
  • Lammers MW, Vroling MS, Crosby RD, van Strien T. Dialectical behavior therapy compared to cognitive behavior therapy in binge-eating disorder: An effectiveness study with 6-month follow-up. Int J Eat Disord. 2022 Jul;55(7):902-913. doi: 10.1002/eat.23750. Epub 2022 Jun 6. PMID: 35665526; PMCID: PMC9328197.
  • Zorgstandaard Eetstoornissen: Eetbuistoornis (2025)