Psychische klachten rond de overgang

De overgang is de levensfase waarin de eierstokfunctie geleidelijk verandert en de vruchtbare levensfase afloopt. De menopauze zelf is de laatste menstruatie. Deze kan pas achteraf worden vastgesteld, wanneer de menstruatie twaalf maanden is uitgebleven. Gemiddeld gebeurt dit rond het 51e levensjaar, maar er is veel individuele variatie. Roken kan de overgang vervroegen en overgangsklachten versterken (nicotine heeft invloed heeft op het oestrogeenmetabolisme). De jaren rond de menopauze worden de perimenopauze genoemd. In deze periode schommelen vooral oestrogeen en progesteron sterk. Deze hormonen hebben niet alleen invloed op de menstruatiecyclus, maar ook op slaap, stemming, stressgevoeligheid, concentratie en geheugen. Daardoor kunnen sommige vrouwen in deze fase voor het eerst psychische klachten krijgen, terwijl bij anderen bestaande klachten tijdelijk toenemen.

Wat verandert er hormonaal?

In de vroege perimenopauze neemt het aantal rijpende eicellen af. Het lichaam probeert dit te compenseren door meer follikelstimulerend hormoon (FSH) aan te maken. De menstruatiecyclus kan daardoor eerst korter worden en daarna onregelmatiger. Oestrogeen kan in deze fase sterk wisselen, terwijl progesteron geleidelijker afneemt. In de late perimenopauze worden oestrogeen en progesteron steeds minder aangemaakt. De tijd tussen menstruaties wordt langer en de cyclus wordt vaak eerst korter en daarna onregelmatiger. Na de menopauze blijven oestrogeen en progesteron laag, terwijl FSH en LH verhoogd blijven.

Infographic over hormonale veranderingen rondom de menopauze. De afbeelding laat zien dat in de vroege perimenopauze het aantal follikels afneemt, FSH stijgt en oestrogeen en progesteron gaan schommelen. In de late perimenopauze dalen oestrogeen en progesteron verder, terwijl FSH en LH stijgen en menstruaties steeds onregelmatiger worden. Na de menopauze blijven oestrogeen en progesteron laag en blijven FSH en LH verhoogd. Onderaan staat vermeld dat roken de perimenopauze kan vervroegen en klachten kan versterken.

Klachten

Veel vrouwen hebben last van lichamelijke klachten zoals opvliegers en nachtzweten. De overgang is geen psychiatrische aandoening, wel kunnen vrouwen in deze periode sneller last krijgen van angst- en stemmingsklachten,  slaapproblemen en cognitieve klachten zoals vergeetachtigheid (“brainfog”). Dat geldt vooral voor vrouwen die eerder gevoelig waren voor hormonale veranderingen of al eerder psychiatrische klachten hebben gehad. Bij vrouwen met ADHD kunnen problemen met aandacht, planning, emotieregulatie en energie toenemen. Bij vrouwen met een bipolaire stoornis, PTSS, OCS of psychosegevoeligheid kan de overgang eveneens een kwetsbare periode zijn, al is het bewijs per aandoening wisselend en moet altijd zorgvuldig differentiaaldiagnostisch worden gekeken

Prevalentie

Overgangsklachten komen veel voor. Nederlands onderzoek onder ruim 4000 werkende vrouwen liet zien dat ongeveer de helft van de vrouwen in de perimenopauze milde tot matige klachten rapporteerde en ruim een kwart duidelijk hinderlijke klachten. Vermoeidheid, slaapproblemen, opvliegers en nerveuze of angstige gevoelens werden vaak genoemd.  Het risico op depressieve klachten is tijdens de perimenopauze ongeveer twee keer zo hoog als vóór de overgang. Dit risico is vooral verhoogd bij vrouwen die eerder een depressie hebben doorgemaakt. Ook een voorgeschiedenis van PMS, PMDD of postpartum psychiatrische klachten kan wijzen op een grotere hormonale gevoeligheid. Voor angstklachten, bipolaire- en psychotische ontregeling is het beeld minder eenduidig. Sommige vrouwen rapporteren toename van klachten, maar de overgang is niet de enige verklaring, ook psychosociale problemen kunnen een rol spelen.

Diagnostiek

De perimenopauze wordt meestal herkend op basis van leeftijd, veranderingen in de menstruatiecyclus en het klachtenpatroon. Bloedonderzoek naar FSH, LH of oestradiol is meestal niet zinvol, omdat hormoonspiegels sterk kunnen wisselen en weinig zeggen over de ernst of oorzaak van klachten. Dit sluit aan bij de NHG-Standaard De overgang en de NICE-richtlijn over herkenning en behandeling van menopauzeklachten. Een praktische screening begint met enkele gerichte vragen. Is de vrouw ouder dan ongeveer 40 jaar? Is de cyclus korter, langer of onregelmatiger geworden? Zijn er opvliegers of nachtelijk zweten? Zijn er nieuwe slaap-, stemmings-, angst- of concentratieklachten? Was er eerder gevoeligheid voor hormonale veranderingen, bijvoorbeeld bij PMS, PMDD, anticonceptie, zwangerschap of kraambed? En zijn er andere verklaringen, zoals schildklierproblemen, medicatiebijwerkingen, alcoholgebruik, depressie, angststoornis, post-covid, stress of overbelasting? Voor het volgen van klachten kan een vragenlijst zoals de Greene Climacteric Scale behulpzaam zijn. Die vragenlijst stelt echter geen diagnose; de diagnose blijft klinisch.

Behandeling

Bij hinderlijke opvliegers en nachtzweten kan hormoonsuppletietherapie (HST) worden overwogen. De NHG-Standaard geeft aan dat hormoontherapie vooral passend is wanneer vasomotorische klachten het dagelijks functioneren duidelijk verstoren. De risico’s zijn afhankelijk van leeftijd, gebruiksduur, persoonlijke risicofactoren en de gekozen toedieningsvorm.  Voor HST wordt vaak oestradiol gebruikt. Transdermale vormen, zoals pleisters, gel of spray, hebben vaak de voorkeur omdat ze het risico op trombose minder verhogen dan orale oestrogenen. Bij vrouwen die nog een baarmoeder hebben, moet oestrogeen worden gecombineerd met een progestageen om het baarmoederslijmvlies te beschermen. De NVOG-richtlijn en praktische HST-handleiding benadrukken dat de keuze voor type oestrogeen, progestageen en toedieningsvorm individueel moet worden afgewogen.  HST is geen standaardbehandeling voor depressie of angst. Bij een duidelijke depressieve stoornis, angststoornis, bipolaire ontregeling of psychose blijft gewone psychiatrische diagnostiek en behandeling nodig. HST kan bij sommige vrouwen aanvullend zinvol zijn, vooral wanneer psychische klachten samengaan met duidelijke overgangsklachten.
Niet-hormonale medicatie kan soms worden gebruikt. Fezolinetant is een nieuw middel tegen opvliegers, maar wordt niet altijd vergoed en vraagt controle van de leverfunctie. SSRI’s en SNRI’s kunnen opvliegers enigszins verminderen en zijn vooral relevant wanneer er ook depressieve klachten, angstklachten of PMDD spelen. Clonidine heeft beperkt effect en relatief vaak bijwerkingen.
Psychologische interventies kunnen eveneens helpen. Cognitieve gedragstherapie (CGT) en mindfulness-based cognitieve therapie (MBCT) kunnen bijdragen aan minder klachten, betere slaap en betere kwaliteit van leven. Bewegen en gewichtsreductie zijn gezond, maar verminderen opvliegers meestal niet duidelijk. Vrij verkrijgbare middelen met fyto-oestrogenen, zoals soja, hop of zilverkaars, worden in richtlijnen niet aangeraden vanwege beperkte werkzaamheid en mogelijke risico’s.

Psychofarmaca en de overgang

De overgang kan invloed hebben op de manier waarop sommige psychofarmaca worden afgebroken. Na de menopauze kan de activiteit van CYP1A2 toenemen, waardoor spiegels van onder andere clozapine en olanzapine kunnen dalen. De activiteit van CYP3A4 kan juist afnemen, waardoor quetiapinespiegels kunnen stijgen. Ook spiegels van lamotrigine en valproaat kunnen veranderen, mede door invloed van oestrogenen op glucuronidering. Bij vrouwen die psychofarmaca gebruiken en rond de overgang duidelijke verandering van effect of bijwerkingen ervaren, kan overleg met de behandelaar en eventueel bloedspiegelcontrole zinvol zijn.

Literatuur

Meer informatie
No items found.